Conflictscheidingen

Vaak speelt huiselijk geweld op de achtergrond van een conflictscheiding.  

 

Daarom is Stichting Zijweg van mening dat wanneer er in een huwelijk, waar kinderen bij betrokken zijn, sprake is geweest van huiselijk geweld er eerst hulpverlening opgestart moet worden en niet meteen een omgangsregeling en een gedeeld ouderschap afgesproken kan worden. 

De hulpverlening is voor beide partners verplicht en dient voor iedere partner individueel plaats te vinden, zeker bij mogelijke intimate terror en narcistische mishandeling. 

Tijdens die hulpverlening alleen maar een omgangsregeling (met strikte afspraken) en pas na het hulpverleningstraject kan de rechter uitspraak doen over wel of geen gedeeld ouderschap. 

 

Stichting Zijweg maakt zich hard dat bovenstaande de standaard procedure wordt bij echtscheidingen na huiselijk geweld.

Scheiden en de Kinderen

 

Socioloog Ed Spruijt is als ‘scheidingsonderzoeker’ verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Zijn eigen scheiding, alweer flink wat jaartjes terug, en daarna het vormen van een nieuw stiefgezin met kinderen en stiefmoeder, maakte hem nieuwsgierig naar de gevolgen van scheiding op kinderen. Spruijt is mede-auteur van het Handboek Scheiden en de Kinderen. Op de website Scheidingskinderenpubliceert hij bovendien met regelmaat zijn laatste onderzoeksbevindingen en geeft hij tips aan gescheiden ouders.

              

Kennislink.nl; op goede voet uit elkaar

              

Is scheiden slecht voor de kinderen?

“Niet altijd. In gezinnen met huiselijk geweld is het zelfs beter. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat jongens die als tiener nog in huis wonen met een gewelddadige vader, een vrij grote kans hebben dat gedrag later te gaan kopiëren. En als de sfeer thuis vaak gespannen en naar is, kunnen kinderen een scheiding ook als een opluchting ervaren. Maar in de meeste gevallen is een scheiding wel heel zwaar en verdrietig voor kinderen. Al liggen de risicofactoren niet altijd zozeer in de scheiding zelf, als wel de omstandigheden die daarbij om de hoek komen kijken.”

Ouderlijke scheiding en de gevolgen voor kinderen                

A.P. Spruijt[1]

Tijdschrift van de Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie, 32, 37-52

              

Parental Alienation Syndrome (PAS)

Een ernstig probleem voor kinderen dat zich kan voordoen na scheiding is dat van oudervervreemding of ouderverstoting. Het ‘parental alienation syndrome’ heet in Nederland ouderverstotings-syndroom of kortweg PAS (Zander, 1999). Het verschijnsel van een pathologische binding tussen ouder en kind met uitsluiting van de andere ouder werd al eerder beschreven, maar het was de Amerikaanse psychiater Gardner die het syndroom verder heeft uitgewerkt. PAS is volgens de definitie van Gardner (1998) een stoornis die primair optreedt in het kader van een juridische strijd om het ouderlijk gezag. Voornaamste uiting ervan is een ongerechtvaardigd denigrerende houding van het kind tegenover de uitwonende ouder, voortkomend uit een combinatie van indoctrinatie door de ouder bij wie het kind woont én een eigen bijdrage van het kind aan de lasterpraat over de andere ouder. Wanneer er sprake is van werkelijke mishandeling of verwaarlozing door een ouder, kan de vijandigheid van het kind gerechtvaardigd zijn en geldt PAS niet. Vooral ernstige PAS heeft volgens Gardner een negatieve invloed op de psychologische ontwikkeling van het kind. PAS is volgens hem een direct product van het twee-advocaten-systeem in de rechtspraak. Alleen wanneer dat wordt vervangen door ‘beschaafdere methoden van conflictoplossing zoals bemiddeling’, is er enige hoop op preventie van PAS (Gardner, 1998). In Nederland is onderzocht in welke mate PAS volgens

echtscheidingsbemiddelaars en volgens gescheiden uitwonende ouders zelf voorkomt (Spruijt, Eikelenboom, Harmeling, Stollers & Kormos, 2004).

De gegevens staan in tabel 3.

Tabel 3 PAS in Nederland

                                

                                     niet     mild     matig     ernstig

 

Bemiddelaars            55%      41%       4%        - 

Ouders                        61%      26%      13%      -

 

Totaal                         58%      33%       9%        -

Deze gegevens overziende moeten we vaststellen dat volgens 9% van de respondenten PAS in

Nederland “meerdere keren” voorkomt. Geen enkele respondent scoorde in de categorie PAS komt “vaak” voor in Nederland. In termen van Gardner zou je kunnen zeggen dat PAS in Nederland in 33% van de gevallen in milde vorm voorkomt en in 9% in matige vorm. Gemiddeld komt PAS in ernstige vorm in Nederland niet of nauwelijks voor.  Gezien de ernst van de problematiek is het  percentage van 9% voor “meerdere keren”, toch aanzienlijk. 

 
Geweld en kindermishandeling

Geweld en kindermishandeling behoren helaas tot de ernstige problemen voor kinderen bij echtscheiding. Brown e.a. (2001) analyseerden 200 dossiers van echtscheidingsgevallen in Australië waarin sprake was van beschuldiging van kindermishandeling. Het blijkt dat slechts

9% van de beschuldigingen onwaar was. Ander onderzoek en rapportage van de kinderbescherming bevestigen deze uitkomst. Het ging meestal om serieuze mishandeling vaak bestaande uit een combinatie van meerdere vormen. Veel plegers waren familie: vader (40%), moeder (22%), stiefvader (8%), stiefmoeder (2%), grootvader (1%), stief- of half-broers/zussen (5%), anderen dan familieleden 22%. De boodschap aan professionals luidt: beschuldigingen van kindermishandeling zijn in de context van echtscheiding en relatiebreuk niet eerder onwaar dan in andere omstandigheden. Professionals moeten niet uitgaan van misleidende aannames, maar van beproefde kennis zoals dit onderzoek.

 

Ook in de VS is het probleem van kindermishandeling en seksueel misbruik in de literatuur aan de orde gesteld. Gould (1998) schrijft dat bij beschuldigingen van seksueel misbruik het even waarschijnlijk is dat het wel als dat het niet heeft plaatsgevonden. Hoewel dus ernstig rekening gehouden moet worden met een juiste beschuldiging, wijkt deze fifty fifty uitkomst behoorlijk af van het resultaat uit het bovengenoemde Australische onderzoek. Gould’s conclusie dat er nog geen betrouwbare en valide hulpmiddelen zijn ter onderscheiding van valse en ware beschuldigingen, moet dan ook worden onderschreven. Lee en Olesen (2001) bevelen aan de beschuldigingen zoveel mogelijk op waarheid te toetsen door gesprekken met mogelijke getuigen, het lezen van politie- en medische rapporten en toepassing van een goed meetinstrument. In Nederland wordt heftig gediscussieerd over hoe om te gaan met beschuldigingen van geweld. Bergsma en Van den Bergh (2001) concluderen op basis van dossieronderzoek over scheiding en omgang bij de Raad voor de Kinderbescherming dat de gegevens meestal geen concrete aanknopingspunten bieden voor een beoordeling wegens het gebrek aan harde feiten.

 

Beschermende factoren en risicofactoren

Furstenberg en Cherlin noemen in hun overzichtsstudie uit 1991 twee belangrijke beschermende factoren voor kinderen na scheiding: een goed functionerende thuiswonende ouder en zo weinig mogelijk confrontatie met ouderlijke conflicten. Onderzoek uit de jaren negentig ondersteunt deze factoren en voegt daar nog een aantal aan toe. Zo benadrukken Amato en Gilbreth (1999) het positieve effect op kinderen van het ontvangen van kinderalimentatie, niet alleen prettig uit materieel oogpunt, maar ook vanwege het gevoel dat de uitwonende ouder hen nog belangrijk vindt. Want hoewel het bij de wet verplicht is dat de uitwonende ouder kinderalimentatie betaalt, gebeurt dat in ongeveer de helft van de gevallen niet (Werkgroep Alimentatiebeleid, 2002). Daarnaast wordt het belang onderstreept van autoritatief ouderschap (een warme, maar wel controlerende en grenzen stellende opvoeding). Verdere beschermende factoren zijn vaardigheden van het kind zelf (probleemoplossend vermogen en sociale competentie), steun van de sociale omgeving (familie, buren, leerkrachten, inclusief de steun van de eventuele stiefvader) en de toegang tot therapeutische interventies (door school ondersteunde programma’s voor scheidingskinderen en speciale trainingen, zoals het Zandkastelenprogramma (Neuman & Romanowski, 2003, zie paragraaf Interventie). Risicofactoren zijn natuurlijk vooral het ontbreken van beschermende factoren. De meest genoemde risicofactoren zijn: het voortdurende ouderlijke conflict, een niet goed functionerende verzorgende ouder en financiële achteruitgang. Ook het aantal bijkomende veranderingen in het leven van kinderen is een risicofactor: hoe meer hoe slechter.  Wat in het algemeen de betekenis van de uitwonende ouder is voor het welbevinden van kinderen, is niet geheel duidelijk. Het nieuwste onderzoek laat zien dat de rol van de uitwonende ouder zeker belangrijk is, mits de conflicten met de ex kunnen worden beheerst. Vooral autoritatief ouderschap ook van de kant van de uitwonende ouder is dan positief voor scheidingskinderen (Amato & Gilbreth, 1999). De positie van de thuiswonende ouder moet volgens vrijwel alle auteurs zoveel mogelijk worden ondersteund.

              

[1] Dr. Ed Spruijt is als senior docent/onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht, Opleiding Pedagogiek, Capaciteitsgroep Kinder- en Jeugdstudies.

Mediation lost de conflictscheiding niet op

 

CORINE DE RUITER, HOOGLERAAR FORENSISCHE PSYCHOLOGIE, UNIVERSITEIT MAASTRICHTFERKO ÖRY, 

KINDERARTS PUBLIEKE GEZONDHEID − 06/02/16

 

Mediation wordt gepropageerd als hét middel bij conflictscheidingen. Ten onrechte, beweren Corine de Ruiter en Ferko Öry. De feiten onderzoeken is veel belangrijker. 

 

Het kabinet is sinds een paar jaar zeer actief om de situatie van kinderen bij een vechtscheiding te verbeteren. Een terugkerend thema is mediation. Er ligt zelfs een wetsvoorstel voor verplichte 

mediation bij echtscheidingen, dat door een aantal politieke partijen wordt gesteund. Maar mediation werkt bij de meeste vechtscheidingen niet en kan gevaarlijk zijn.

 

Er bestaat een aantal hardnekkige mythen over conflictscheidingen. Die mythen domineren het debat en belemmeren effectieve oplossingen voor dit complexe probleem.

Ten eerste is er de mythe dat omgang met beide ouders altijd het beste is voor elk kind. Op basis van deze mythe is de echtscheidingswetgeving de afgelopen jaren gewijzigd. In 2009 werd het verplichte ouderschapsplan ingevoerd, waardoor ouders pas mogen scheiden als er een gezamenlijk opgesteld ouderschapsplan is overeengekomen. De invoering van dit ouderschapsplan heeft echter niet geleid tot minder vechtscheidingen, integendeel, stelt de jurist Marit Tomassen-van der Lans in haar proefschrift in 2015.

 

 

6 februari 2016

vragen, ondersteuning en/of advies ​

voor lotgenoten

  • Facebook - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
   correspondentieadres:    
Herenweg 112, 1244 PZ Ankeveen     
 algemene noodnummers          kvk: 24375483                archief                   disclaimerprivacy